Peulvruchten stonden afgelopen week in het middelpunt van de belangstelling. Het Voedingscentrum bracht de vernieuwde Schijf van Vijf uit en daarin staat dat we er 250 gram per week van zouden moeten eten. De teneur van veel berichten: dat is ruim vijf keer zo veel als de gemiddelde Nederlander nu wekelijks eet. Onhaalbaar advies dus.
Peulvruchten als basis
Uit eigen ervaring weet ik dat het alles behalve onhaalbaar is. Afgelopen jaren heb ik namelijk precies gedaan wat het Voedingscentrum adviseert: veel minder vlees gaan eten, en veel meer peulvruchten. En dat bevalt me goed.
Peulvruchten vormen namelijk een prima basis voor de meest uiteenlopende lekkere gerechten. ’s Zomers maak ik er vaak salades mee, ’s winters verwerk ik ze in soepen en stoofschotels. En in de lente serveer ik graag een doperwten-muntpuree. Dat smaakt bijvoorbeeld heerlijk bij lamsvlees of asperges.
Klimaathelden
Ik ben vooral veel meer peulvruchten gaan eten omdat dat beter is voor het klimaat. De teelt legt namelijk geen groot beslag op bouwland of water, en er komen relatief weinig bestrijdingsmiddelen aan te pas.
Mest hebben peulvruchten ook al weinig nodig. Het is zelfs nog mooier: tijdens de groei halen peulvruchten stikstof uit de lucht! In een mooie symbiose met bepaalde bacteriën in de bodem leggen ze die vast in wortelknobbeltjes. Zo bemesten ze de bodem juist. Al met al zijn het echte klimaathelden.
Smaakbommetjes
Maar ik ontdekte al snel dat ik peulvruchten ook lékker vind. Zeker als ik ze zelf kook. Want dan kun je er precies de draai aan geven die je op dat moment wenst. Droge bonen nemen tijdens het garen namelijk allerlei smaken op. Zo worden het kleine smaakbommetjes.
Dus voeg ik in de pan volop kruiden en specerijen toe: denk aan tijm, laurier, knoflook en chilivlokken. Vaak leg ik er ook een paar handen vol grof gehakte groenten bovenop: prei, wortel en uien. En ik doe er zout bij. Volgens sommigen zouden peulvruchten daarvan kapot koken, maar dat heb ik nog nooit gemerkt.
Betaalbare vleesvervanger
Last but not least: vlees door peulvruchten vervangen scheelt ook flink in de portemonnee. Afgelopen week kocht ik toevallig weer eens vlees en viel het me op dat het twee keer zo veel kost als een jaar geleden. Voor een zakje biologisch rundergehakt tel je inmiddels 6,49 euro neer. Voor precies datzelfde bedrag kun je maar liefst 1800 gram gedroogde kikkererwten kopen!
Wel is het natuurlijk zo dat je die gedroogde peulvruchten nog zelf moet koken. En energie wordt ook snel duurder. Zeker wanneer je, zoals wij, op gas kookt.
Snelkookpan in de hooikist
Ook daar heb ik wat op gevonden. Om te beginnen laat ik ze natuurlijk eerst weken – dat scheelt aanmerkelijk in kooktijd. Verder kook ik ze in een snelkookpan – ook daarmee spaar je heel wat gas of elektriciteit uit.
Maar afgelopen week besloot ik eens uit te proberen wat er gebeurt als je een snelkookpan ook nog eens in die goeie ouwe hooikist zet. Of, in mijn geval, toedekt met een isolerende laag van pluche en bankkussens.
Dat werkte! Ik had de snelkookpan met – in dit geval – kikkererwten maar vijf minuten op een laag pitje op druk gehouden. Daarna zette ik het op een metalen dienblad op de bank en dekte het toe met een oud pluchen hoeslaken en een stapeltje kussens. Een paar uur later kwamen de kikkererwten er perfect gaar en nog altijd lekker warm onder vandaan.
Het enige probleem was dat het gewicht van dat hoeslaken en die kussens het pinnetje van het ventiel naar beneden kon duwen. En dan zou de druk meteen van de pan geweest zijn. Maar ook daar vond ik wat op. Ik draaide een stevige knoedel van een theedoek en drapeerde die rond het ventiel. Zo bleef het pinnetje mooi omhoog staan.